Blog

Blog

Onze Blogcategorieën:

De nieuwe wet tot modernisering van het huwelijksvermogensrecht

Donderdag 09 februari 2017

Op 19 april 2016 is in de Tweede Kamer het voorstel van wet aangenomen ten einde de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken. Gezien de stemverhouding in de Tweede Kamer is het de verwachting dat het voorstel van wet binnenkort ook door de Eerste Kamer zal worden aangenomen.

Het wetsvoorstel introduceert de beperkte gemeenschap van goederen als basisstelsel voor van het huwelijksvermogensrecht. In plaats van het huidige stelsel van de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen. Het wetsvoorstel is ingegeven door de gedachte dat enkel hetgeen door de inspanning van beide echtgenoten tijdens het huwelijk verworven wordt, aan beiden toekomt.

Als men nu in Nederland trouwt zonder huwelijkse voorwaarden te maken, dan trouwt men in de wettelijke gemeenschap van goederen en valt al het vermogen van beide echtgenoten (bijv. spaargeld, een huis, een onderneming, maar ook de studieschuld) in de huwelijksgemeenschap. Dit geldt ook voor het voorhuwelijks vermogen en voor vermogen krachtens schenking en/of erfrecht, tenzij verkregen onder een uitsluitingsclausule. Er is in beginsel geen privévermogen meer. Een schuldeiser kan zich voor een privéschuld van een echtgenoot verhalen op alle goederen uit de huwelijksgemeenschap.

Het huidige stelsel hanteert volgens de makers van het wetsvoorstel een verkeerd uitgangspunt door ook gemeenschappelijk te maken wat van nature privé is. Dat iedere echtgenoot zijn of haar privévermogen (of schuld) behoudt, past beter in onze huidige samenleving. Nederland kent daarbij als een van de weinige landen ter wereld nog het principe van een algehele gemeenschap van goederen.

De kern van het wetsvoorstel komt erop neer dat het voorhuwelijks vermogen en de schulden van de echtgenoten alsmede giften en erfrechtelijke verkrijgingen niet vallen in de gemeenschap van goederen. De huwelijksgemeenschap is hierdoor beperkter dan onder de huidige wetgeving. Wel vallen in de huwelijksgemeenschap, de goederen die de echtgenoten voor hun huwelijk in mede-eigendom hebben verworven en de schulden die zij voor hun huwelijk gemeenschappelijk zijn aangegaan.

Een ander belangrijk verschil met het huidige stelsel is dat een schuldeiser zich voor een privéschuld van een echtgenoot kan verhalen op de helft van de waarde van de goederen uit de huwelijksgemeenschap, in plaats van op de gehele waarde.

Voor ondernemers zal gelden dat de onderneming buiten de huwelijksgemeenschap valt. Aan de gemeenschap wordt daarom een redelijke vergoeding toegekend voor de kennis, vaardigheden en arbeid die de echtgenoot (ondernemer) heeft verricht voor de onderneming.

De voorgestelde wetgeving zal alleen gelden voor nieuw te sluiten huwelijken. Als men straks na inwerkingtreding van de nieuwe wet trouwt zonder huwelijkse voorwaarden te maken, dan trouwt men nog steeds in de wettelijke gemeenschap van goederen. Er is dan echter sprake van een beperkte huwelijksgemeenschap.

Tegen het wetsvoorstel wordt wel aangevoerd dat de beperkte gemeenschap van goederen van de echtgenoten een nauwkeurige administratieve zal vragen. De schulden en de vermogens zullen dus goed gedocumenteerd moeten worden, om later ruzie en discussie daarover te voorkomen. Gebeurt dit niet dan bestaat het risico dat de goederen aan de huwelijksgemeenschap worden toegewezen.

Lees ook: Ongehuwd samenleven: al eens stilgestaan bij de gevolgen van een scheiding?

Robert Vredeveldt

Plaats een reactie

Meld u aan voor de OOvB nieuwsbrief