Blog

Blog

Onze Blogcategorieën:

Is de Nederlandse pre-pack in strijd met Europese regelgeving?

Woensdag 26 april 2017

In EU-richtlijn 2001/23 is bepaald dat bij een overgang van onderneming de werknemers dienen te worden beschermd. Deze bescherming houdt onder meer in dat de werknemers bij verkoop van de onderneming automatisch in dienst treden van de koper. In de Nederlandse wet is dit neergelegd in de Wet overgang van onderneming. Hierop is slechts één uitzondering mogelijk, namelijk indien sprake is van een doorstart vanuit faillissement (artikel 7:666 BW). Het doel is dan het vermogen van de onderneming te liquideren. De curator heeft in dat geval alle werknemers al ontslagen. Bij een koop van een onderneming (of delen daarvan) vanuit faillissement is de koper vervolgens geheel vrij om te bepalen of en zo ja welke werknemers van de gefailleerde onderneming hij in dienst neemt.

De pre-pack is een in de praktijk ontwikkelde snelle variant op bovengenoemde doorstart, maar heeft nog geen wettelijke basis. De pre-pack is een stille periode (van doorgaans een paar weken) waarin een beoogd curator, die is aangewezen door de rechtbank, meekijkt met de pogingen van de organisatie om haar onderneming of onderdelen daarvan te verkopen. Na het uitspreken van het faillissement kan de curator, nu wel met formele bevoegdheden, de doorstartovereenkomst direct goedkeuren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de uitzondering van artikel 7:666 BW, waardoor maar een deel van de werknemers wordt overgenomen.

Het voordeel van de pre-pack is dat er zo min mogelijk tijd verloren gaat tussen het moment van faillietverklaring en de doorstart, waardoor het waardeverlies zoveel mogelijk wordt beperkt. Tegenstanders zeggen echter dat een en ander gebeurt zonder formeel toezicht door de overheid, aangezien de pre-pack zich afspeelt buiten het regime van de faillissementswet. Zij vinden bovendien dat sprake is van overgang van onderneming.

De vakbond FNV heeft in het kader van een pre-pack van een kinderdagverblijf (Estro) een zaak aangespannen bij de Rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank heeft zich vervolgens gericht tot het Europese Hof van Justitie (HvJ) om meer duidelijkheid te krijgen over de uitleg van de richtlijn. Het gaat daar over de vraag of de Wet overgang van onderneming niet toch van toepassing is, omdat het geen normale doorstart vanuit faillissement is, maar een juist vóór faillissement al tussen partijen voorgekookte overname.

Op 29 maart 2017 heeft de Advocaat-Generaal (A-G) van het HvJ zijn conclusie gepubliceerd. Volgens de A-G is een pre-pack niet gericht op liquidatie van het vermogen van de onderneming. Ook mist de pre-pack het formele toezicht van de overheid. Alle beschermingsregels uit de EU-richtlijn zouden daarom ook voor de pre-pack moeten gelden. De toepassing van artikel 7:666 BW bij pre-packs is derhalve niet toegestaan.

Als het HvJ het advies van de A-G volgt zou dat grote gevolgen kunnen hebben voor de pre-packs die al een feit zijn. De rechtbank Midden-Nederland zal immers die uitspraak in een vonnis moeten verwerken. Werknemers die bij eerdere pre-packs niet mee overgegaan zijn (althans, dat dachten zij) zouden dan weer bij de nieuwe eigenaar kunnen aankloppen.

In Nederland is er een wet in de maak (de WCO I) die de pre-pack moet gaan regelen. De Nederlandse wetgever zal dus ook meekijken naar het HvJ. We houden u uiteraard van de ontwikkelingen op de hoogte.

 

Lees ook: Europese Hof zet streep door vooropgezette doorstart na faillissement

Lees ook: Faillissement als ultiem middel voor reorganisatie? Pas op!

Robert Vredeveldt

Plaats een reactie

Meld u aan voor de OOvB nieuwsbrief