Fiscale wijzigingen zorgen voor liquiditeitsdruk agrarische ondernemers

Deze week blogt Johan Geurts, Accountant-Administratieconsulent op onze vestiging in Wanroij, over de aankomende fiscale veranderingen en hun impact op agrarische ondernemers in eenmanszaken, maatschappen en vof's.

Fiscale wijzigingen zorgen voor liquiditeitsdruk agrarische ondernemers

Deze veranderingen zullen leiden tot een aanzienlijke toename in de te betalen inkomstenbelasting, wat kan leiden tot liquiditeitsdruk. We zullen ook kort bespreken of er manieren zijn om deze belastingdruk te verminderen of uit te stellen, met een bewustzijn van mogelijke kosten en lasten.

Een overzicht van de fiscale aanpassingen:

• Afschaffing middeling van 3 jaren bij wisselende inkomsten
• Afschaffing mogelijkheid FOR-dotatie (Fiscale Oudedagsreserve)
• Verlaging zelfstandigenaftrek van ruim € 7.000 in aantal jaren naar € 900
• Verlaging MKB-winstvrijstelling van 14% naar 12,7%
• Verhoging van WOZ-bodemwaarde (afschrijven op gebouwen) van 50% naar 100%
• Alle bovenstaande aftrekposten zijn nog maar fiscaal aftrekbaar tegen het basistarief van afgerond 37% IB.

 

Het is juist deze combinatie van wijzigingen binnen korte tijd die zal resulteren in aanzienlijk hogere belastingaanslagen voor ondernemers in de toekomst.

Het zijn juist agrarische ondernemers die “last” hebben van sterk schommelende opbrengstprijzen en daarmee ook sterk schommelende resultaten. De middeling is juist voor de agrarische sector een goede regeling geweest omdat een topjaar waarbij een deel van het inkomen werd belast tegen het toptarief van 49,5% IB, om deze via middelingsverzoek terug te brengen naar 37% afdracht (laagste schijf). De middeling over de jaren 2022-2023-2024 vormt helaas de allerlaatste kans om van deze regeling te profiteren.

Vanaf 2023 zal ook de mogelijkheid om de FOR (Fiscale Oudedagsreserve) te doteren niet langer beschikbaar zijn. Dit is een aftrekpost waarbij er afhankelijk van de grootte van de winst een gedeelte van de winst voorlopig buiten de belastingheffing kon worden gebracht, bedoeld om in latere jaren als lijfrentepremie te kunnen afstorten bij een bank of verzekeraar. Agrarische ondernemers hebben veelal voldoende bezittingen (in bijvoorbeeld landbouwgronden) om bij stoppen of overdracht van de onderneming de belasting te kunnen betalen. Maar jaarlijks lijfrentepremie betalen is niet altijd mogelijk vanwege investeringen in o.a. dierenwelzijn. Bij het afstorten van de FOR kan optimaal gebruik worden gemaakt om deze afrekening ook nog eens uit te smeren tegen 20% “bejaardentarief” in de inkomstenbelasting. Dus behalve nu belasting besparen, ook nog tegen een toekomstig lager tarief te belasten. Helaas is dit niet langer mogelijk, wat resulteert in een stijging van het belastbaar inkomen in de aangifte inkomstenbelasting als gevolg van het verdwijnen van deze FOR-aftrek.

Agrarische ondernemers hebben normaliter recht op zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek, voorheen ruim € 7.000, wordt geleidelijk verlaagd tot slechts € 900 over enkele jaren. Hierdoor zal het belastbaar inkomen toenemen.

Tijdens Prinsjesdag werden de plannen aangekondigd om de MKB-winstvrijstelling verder te verlagen. Tot nu toe bedroeg deze vrijstelling 14% van de winst, wat betekende dat 14% van de winst niet belast was (en ook 14% van het verlies niet aftrekbaar was). Dit percentage zal nu worden verlaagd naar 12,7%. In relatieve termen betekent dit een daling van 10% ten opzichte van het huidige niveau. Dit zal opnieuw leiden tot een stijging van het belastbaar inkomen.

En als klap op de vuurpijl, juist voor agrarische ondernemers, is dat de “normale” afschrijvingen op gebouwen in de toekomst niet meer aftrekbaar worden in de aangiften. Dit heeft te maken met het feit dat tot nu toe de afschrijvingen op gebouwen aftrekbaar bleven, totdat de grens van 50% van de WOZ-bodemwaarde bereikt was. Maar door de recente plannen wordt dit voor ondernemers in de inkomstenbelasting (BV hadden dit al een paar jaar) verhoogd naar 100% van de WOZ-bodemwaarde. Dat betekent dat duizenden euro’s afschrijving op gebouwen, maar eventueel ook erfverharding, sleufsilo’s e.d. in de aangifte inkomstenbelasting komen te vervallen in de toekomst. Bij deze aanpassing geldt dat de “pijn” van bestaande in gebruik zijnde stallen (voor 31-12-2023) pas in 2027 gaat gelden. Tot en met 2026 mag er nog wel tot 50% WOZ bodemwaarde worden afgeschreven.

Resteert de vraag “en wat nu”? 
Dat is een heel lastige vraag. Is het een kwestie van “accepteren”?

Daarbij wel opmerkend dat de belastingafdracht in de toekomst lager wordt, omdat de FOR-stand niet zal toenemen en de fiscale boekwaarde van gebouwen bij staking hoger wordt.

De oprichting van een extra BV kan ook een optie zijn om de belastingdruk te verminderen, maar wees bewust van de extra kosten die hiermee gepaard gaan. Dit is een complex vraagstuk dat grondige overweging vereist.

We zijn er om je te begeleiden bij het nemen van weloverwogen beslissingen in deze uitdagende fiscale omgeving. Voel je vrij om contact met ons op te nemen voor persoonlijk advies.